Pech onderweg overkomt iedereen wel eens. Op een rustige straat is het vervelend, op de snelweg kan het gevaarlijk zijn. Wie weet wat te doen, handelt sneller en veiliger.
Op de snelweg
- Zet je gevarenlichten aan zodra je merkt dat er iets mis is.
- Rijd zo ver mogelijk naar rechts, liefst tot op de pechstrook of een vluchthaven.
- Draai je wielen naar de berm en zet de handrem op.
- Trek je fluohesje aan voor je uitstapt.
- Stap uit langs de kant van de berm, ook je passagiers.
- Ga achter de vangrail staan, zo ver mogelijk van de rijbaan.
- Plaats de gevarendriehoek alleen als je dat veilig kunt doen, minstens 100 meter achter je wagen op de snelweg.
- Bel je pechverhelping of, bij gevaar, 112.
Probeer nooit zelf een band te wisselen langs de kant van een drukke snelweg.
Op een gewone weg
Zet je wagen zo veilig mogelijk, schakel je gevarenlichten in en plaats de gevarendriehoek op minstens 30 meter achter je wagen, goed zichtbaar voor het naderende verkeer.
Verplichte uitrusting
In een Belgische personenwagen moeten aanwezig zijn:
- een fluohesje, binnen handbereik van de bestuurder;
- een gevarendriehoek;
- een brandblusser, goedgekeurd;
- een EHBO-kit.
Controleer regelmatig of alles nog aanwezig en in orde is.
Pechverhelping
Pechverhelping kan via een aparte bijstandsverzekering, via je autoverzekering, via je bank of bij aankoop van een nieuwe wagen. Kijk na wat je hebt en sla het nummer op in je gsm. Weet waar je bent: noteer kilometerpaaltjes of de naam van de afrit, of deel je locatie via je gsm.
Lekke band
Heb je een reservewiel of een bandenreparatieset? Veel nieuwe auto’s hebben enkel een reparatieset of runflatbanden. Leer vooraf hoe je die gebruikt, op een rustige plek.
Voorkomen
Veel pech is te vermijden door goed onderhoud: bandenspanning, olie, koelvloeistof en een gezonde batterij, zeker voor de winter. Een batterij die al een paar winters oud is, laat je best eens testen.


